Over Varsseveld

Opgraving Laurentiuskerk VarsseveldTijdens de restauratie van de Nederlands Hervormde kerk te Varsseveld in de jaren ’70 van de vorige eeuw werd er archeologisch onderzoek verricht in de kerk. Uit blootgelegde fundamenten kwam naar voren, dat de kerk rond 1050 gesticht moet zijn als een kleine kapel. Later werd de kerk in verschillende tijdsperioden vergroot tot de huidige omvang. Wellicht heeft er rond het jaar 1050 ook bebouwing rond de kerk gestaan, zodat we aan kunnen nemen, dat Varsseveld toen reeds heeft bestaan. Ook bij de opgravingen op de plek van het ‘Borchuus’ kwamen oude sporen aan het licht, die dateren uit genoemde tijd. Middels onderzoeken is vast komen te staan, dat de naam Varsseveld niet is afgeleid van ‘Varusveld’ of ‘Wazovelde’. Varsseveld wordt voor het eerst genoemd in akten uit 1152 en bestuurd door de graven van Lohn. Het dorp wordt dan aangeduid als Versnevelde en later als Virsnevelde of Varsvelde.

Na het vertrek van de graven van Lohn kwam Varsseveld in 1315 onder het bewind van de Heren van Wisch.

Dorpsbrand


Over de oude geschiedenis van Varsseveld is weinig bekend. De oorzaak hiervan is de grote brand van 14 september 1723, die in enkele uren tijd het gehele dorp in de as legde. Liefst 54 huizen gingen in vlammen op. Ook de kerk brandde bijna geheel af. Door deze brand zijn ook alle gegevens over de historie van het dorp uitgewist.

Gedenksteen dorpsbrand 1723 Varsseveld
Alle documenten, inclusief de kerkelijke administratie als doop-, trouw- en begraafboeken gingen verloren.
Het dorp werd op nagenoeg dezelfde plaats herbouwd. De oudste kaart van Varsseveld dateert uit 1754 en hierop zien we dat de huizen in een cirkel rond de kerk zijn gebouwd. Na invoering van het kadaster in 1832 werden de percelen en gebouwen nauwkeurig in kaart gebracht. Ook hier zien we de bebouwing rond de kerk en een aantal huizen aan de invalswegen, de tegenwoordige Doetinchemseweg, Spoorstraat, Dames Jolinkweg en Schoolstraat. Dit was dus Varssseveld, groter was het niet !
De bewoners waren veelal ambachtslieden en dagloners. Zo vonden we er onder meer de bakker, kruidenier, schoenmaker, kleermaker, smid, timmerman, koperslager, oliemolenaar en vooral veel kroegbazen.

Bijna alle ambachtslieden hadden naast hun werk nog een kleine boerderij met een of twee stuks vee. De opbrengst van de landbouw was meestal voor eigen gebruik. Ook de dagloners hadden vaak een stukje grond om hun eigen groente te verbouwen en soms waren ze in het bezit van een koe of een geit.

Armoede


Kerkplein Varsseveld

Het waren moeilijke tijden met veel ellende en rampspoed. Besmettelijke ziekten als ‘rode loop’ en de mazelen zorgden voor veel slachtoffers onder de bevolking. De veepest vernietigde bijna de gehele veestapel, waardoor menigeen aan de bedelstaf raakte. Tot overmaat van ramp trokken de Franse troepen van Napoleon in 1795 ons land binnen, wat ook grote gevolgen had voor de bevolking van Varsseveld. Men moest doortrekkende troepen van voedsel voorzien, gendarmes werden ingekwartierd, paarden en wagens gevorderd en geregeld trokken de soldaten erop uit om te gaan plunderen. Er kwamen nieuwe belastingwetten en de dienstplicht werd ingevoerd. Verschillende Varssevelders werden ingelijfd in het Franse leger en sneuvelden ver van huis.


In 1812 werd Varsseveld, met de buurtschappen, een zelfstandige gemeente. Deze situatie heeft geduurd tot 1818. Toen werden de gemeenten Varsseveld en Terborg samengevoegd tot de gemeente Wisch. Na het verdrijven van de Fransen in 1813 bleef de bevolking in armoede achter. Juist toen zich de economie enigszins leek te herstellen, brak in 1845 een aardappelziekte uit, waardoor nagenoeg de gehele oogst mislukte. Ook de jaren erna had men te kampen met misoogsten. Dit leidde tot voedselgebrek en grote hongersnood. De diaconie van de Ned. Hervormde kerk, die belast was met de armenzorg, kon de grote stroom hulpbehoevenden nauwelijks aan.

Bij velen was de nood zo hoog, dat ze huis en haard verkochten en de oversteek maakten naar het nieuwe land Amerika om daar hun geluk te beproeven. Pas rond 1870 begon zich een langzaam herstel in te zetten. Dit kwam mede door betere landbouwmethoden, invoering van de kunstmest, mechanisatie en betere wegen en verbindingen.
Door de aanleg van de spoorlijn Zevenaar-Winterswijk in 1885 werd Varsseveld uit zijn isolement gehaald. De aan- en afvoer van goederen, voorheen bijna onmogelijk door de slechte wegen, kwam nu goed op gang.

Gemeentehuis


Gemeentehuis 1890-1928 Varsseveld
In 1855 werd het gemeentehuis van de gemeente Wisch verplaatst van Terborg naar Varsseveld. Dit was zeer tegen de zin van de inwoners van Terborg en ook burgemeester Jan van der Zande verzette zich hiertegen. De Varssevelders hadden echter een meerderheid in de gemeenteraad en beslisten op democratische wijze in hun voordeel. Het gemeentehuis werd gevestigd bij de burgemeester aan huis aan het Kerkplein, thans Oosters Restaurant ‘Fu-Hing’. In 1868 verhuisde het gemeentehuis naar het pand C1, op de hoek Dames Jolinkweg en Burg. van der Zandestraat. In 1890 werd de oude dorpsschool aan het Kerkplein verbouwd tot een nieuw onderkomen voor het gemeentehuis. Dit gebouw met zijn statige trap werd in 1928 vervangen door nieuw gemeentehuis. Door de fusie met de gemeente Gendringen tot een nieuwe gemeente Oude IJsselstreek in 2005, verdween het gemeentehuis uit Varsseveld en kreeg dit gebouw een andere bestemming.

Vooruitgang


Kadasterkaart 1832 Varsseveld
Rond 1900 telde het dorp 88 huizen. Het dorp was in een eeuw tijd amper uitgebreid, maar daar zou vanaf het begin van de 20 eeuw verandering in komen. De bouw van ‘de Botterfabriek’ in 1897 leek het startsein om met de ‘moderne tijd’ mee te gaan. In 1904 werd de spoorlijn van Varsseveld naar Dinxperlo geopend en in 1908 de tramlijn Lichtenvoorde-Varsseveld-Zeddam voor zowel personen- als goederenvervoer.
Het dorp werd uitgebreid en we zien de eerste ‘herenhuizen’ verschijnen aan de Spoorstraat. Aan de Doetinchemseweg werden in 1920 ‘ambtenarenwoningen’ gebouwd en in de Pr. Marijkestraat vond de eerste sociale woningbouw plaats met de bouw van een aantal ‘arbeiderswoningen’.

Industrie


Boterfabriek 1897 Varsseveld
Varsseveld had al vroeg een reputatie in de houtindustrie. Zo waren er talrijke klompenmakers. Rond 1900 werd de Eerste Varsseveldse Klompenfabriek opgericht door Derk Jan Jolink aan de Schoolstraat, die werk bood aan wel 30 arbeiders. Ook de klompenfabriek van Jansen aan de Aaltenseweg was later een begrip in de klompenindustrie. Befaamd waren de Varsseveldse ‘snaoden’. Dit waren de stelen van de zicht, een korte zeis, waar het koren mee werd gemaaid. ‘Snaodenmakers’ als Nijhof, van Braak en Haank hadden een goede naam tot in de verre omtrek.

Na de Eerste Wereldoorlog startten de gebroeders Rutgers in 1918 met een houtzagerij aan de tegenwoordige Dames Jolinkweg. Hiermee werd de hoeksteen gelegd voor wat later de Varsseveldse houtindustrie zou worden. Bedrijven als Ruva, Lundia, Deco, Svedex, van Dam en Kreeftenberg kregen een bekende naam in de houtverwerkende industrie en boden werk aan vele werknemers.

Tweede Wereldoorlog


Laurentiuskerk Varsseveld
Wanneer op 10 mei 1940 de Duitse troepen ons land binnen vallen, volgen er vijf bange jaren van onderdrukking. Het absolute dieptepunt in de historie van Varsseveld geschiedde op 2 maart 1945. Als wraak voor een aanslag, gepleegd door een verzetsgroep, werden er 46 personen, die in de Kruisberg te Doetinchem gevangen zaten, nabij ‘de Tol’ aan de Aaltenseweg gefusilleerd. Het monument aan het Rademakersbroek herinnert nog aan deze verschrikkelijke gebeurtenis.

Welvaart


Na de Tweede Wereldoorlog kwam de ontwikkeling pas echt op gang en werd het dorp uitgebreid met nieuwe woonwijken als de ‘Essenkamp’, de ‘Bettekamp’ en de ‘Brie’. Ook de uitbreiding van de industrie en het winkelbestand zorgde ervoor dat Varsseveld uitgroeide tot een welvarend dorp met uitstraling tot in de verre omtrek. Varsseveld had in 1967 de primeur het eerste overdekte zwembad in de Achterhoek te bezitten. Met de opening van de autoweg A18 in 1984 werd de verwachting gewekt, dat dit Varsseveld een flinke vooruitgang zou brengen. De economische malaise van de jaren ’80 gooide echter roet in het eten. De woningbouw stagneerde, scholen met voortgezet onderwijs werden gesloten, verschillende kleine winkeliers konden het hoofd niet meer boven water houden en veel jongeren keerden Varsseveld de rug toe. Dit alles had leegstand tot gevolg en vergrijzing van de bevolking. Gelukkig lijkt juist op tijd het tij te keren voor Varsseveld. Een ambitieus centrumplan moet bewerkstellingen, dat het dorp zijn elan van weleer terugkrijgt. Mede met de inzet van alle bewoners en belangenverenigingen zal dit zeker gaan lukken!

(Tekst: Gerard Bruil)